Voor leken geschreven handboeken en wetenschapsboeken presenteren de menselijke evolutie vaak met een zekerheid die in werkelijkheid niet bestaat. Wie echter veel leest, merkt al snel dat de precisie die in allerlei evolutieverslagen wordt geïmpliceerd verdwijnt, vooral wanneer het de menselijke evolutie betreft. Sommige bronnen geven dit toe, maar beweren dat evolutie waar is omdat het een vruchtbare theorie is geweest die veel onderzoek heeft geïnspireerd.

Het valt niet te ontkennen dat Darwinistische evolutie een vruchtbare theorie is geweest, maar dit feit alleen maakt het nog geen theorie die waar is. Oxford-professor Thomas Dixon maakt korte metten met deze door evolutionisten vaak gemaakte claim. Nadat hij had verklaard dat “de astronomie van Ptolomaeus (…) eeuwenlang enorm succesvol was,” maar zo voegde hij eraan toe dat “er geen reden is om aan te nemen dat de succesvolle theorieën van vandaag [zoals Darwinisme] waar zijn. Zowel correcte als onjuiste theorieën kunnen nauwkeurige voorspellingen opleveren. ”[1]

Tamelijk verfrissend schrijft een wetenschappelijk rapport: “Waar en wanneer is onze soort opgedoken? Antropologen worstelen al tientallen jaren met die vraag, en diverse aanwijzingen leken erop te wijzen dat het antwoord ongeveer 200.000 jaar geleden ergens in Afrika ten zuiden van de Sahara zou liggen. ”[2]

Het meest recente bewijs voor de menselijke evolutie, vereist (zoals gebruikelijk is met rapporten van nieuwe ontdekkingen van fossielen), herschrijven van de handboeken, zo merkte een recensie in Nature op.[3] De onlangs ontdekte fossielen “suggereren dat de eerste Homo sapiens” 100.000 tot 150.000 jaar “eerder verscheen dan we dachten en op een plek die veel deskundigen niet vermoed hadden.”[4] Het verslag van de vondst was een hoofdartikel dat in niets minder dan het meest prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift ter wereld, Nature, werd gepubliceerd. Het eerste nummer van het blad Nature verscheen in november 1869 en het tijdschrift is sindsdien een agressieve aanhanger van het Darwinisme. Het is ’s werelds meest geciteerde wetenschappelijke tijdschrift volgens Citation Reports, een website die bijhoudt hoe vaak er naar bepaalde artikelen verwezen wordt.
Het feit dat het begin van onze afstamming als moderne mens door één ontdekking met honderd tot honderdvijftigduizend jaar kan worden teruggedrongen, zegt veel. Ten eerste laat het zien hoe weinig bewijs er is voor de menselijke evolutie en ten tweede hoe onbeduidend de gegevens zijn. Zoals het verslag in Nature toegeeft, “blijven de plaats en het tijdstip van opkomst van de H. sapiens duister omdat het fossielenbestand schaars is en de chronologische leeftijd van veel belangrijke exemplaren onzeker blijft.”[5]

In het rapport dat de paleontologen in Nature[6] publiceerden over de fossiele schedel van een Homo sapiens die in Marokko werd ontdekt, wordt opgemerkt dat deze schedel, in vergelijking met die van de moderne mens, meer langwerpig is. Aangenomen dat dit kenmerkend is voor deze menselijke variatie, gaat het hier gewoon om een bepaalde groep mensen. In het rapport wordt toegegeven dat de hersengrootte binnen de bandbreedte ligt die men zou kunnen verwachten tussen antieke en moderne mensen.

Een overzicht van de nieuwe fossiele vondsten, zoals gepubliceerd in The Independent, stelt: “De fossielen zouden de vroegst bekende exemplaren van H. sapiens kunnen vertegenwoordigen die ooit gevonden zijn (indien dit door verder onderzoek wordt bevestigd), en zij dienen als bewijsmateriaal dat de leden van onze species ook leefden buiten Afrika ten zuiden van de Sahara.”[7]

De geschiedenis van de vondst
De details van de Marokkaanse vondst wekken argwaan op. De eerste vondst in het gebied vond plaats in 1961. Tijdens het graven in een compacte kalksteenrug raakte een groep mijnwerkers een zachte plek met een hoop kaneelkleurig vuil. In het vuil zat een bijna complete schedel. De mijnwerkers, die dachten dat de schedel van een moderne mens was, brachten hem naar hun veldarts. Kort daarna ontdekten de onderzoekers nog meer overblijfselen, waaronder enkele kaakfragmenten en een armfragment. De wetenschappers stelden de ouderdom van de fossielen vervolgens vast op ongeveer 40.000 jaar, een paar duizend jaar voordat de Neanderthalers worden verondersteld te zijn verdwenen.
Ongeveer veertig jaar later groeven antropoloog Jean-Jacques Hublin en zijn team de half dozijn bodemlagen uit onder het gebied waar in 1961 de schedel en de armbeenderen werden ontdekt. Het team vond de overblijfselen van, naar men meende, vijf personen en vuurstenen lemmeten die leken te zijn verbrand door nabijgelegen kookvuren. Het bewijsmateriaal dat hier werd gevonden wees erop dat deze beenfragmenten van moderne mensen waren.
Om de ouderdom te bepalen gebruikten de onderzoekers een dateringstechniek die meet hoeveel straling zich had opgehoopt in het vuurtje sinds het werd verwarmd, een techniek die thermoluminescentie wordt genoemd.[8] Thermoluminescentiedatering meet vrijgekomen luminescentie van kristallijne materialen die eerder ioniserende stralingsenergie hebben geabsorbeerd die hun kristalstructuur verandert, waarbij de vervorming intact blijft. Verwarming van het materiaal zorgt ervoor dat de kristalstructuur ontspant, zijn vorige structuur (vorm) aanneemt en dat de opgeslagen energie weer als meetbaar licht wordt uitgestraald.
Met behulp van deze techniek kwamen Hublin en zijn team tot de conclusie dat de oude beenderen toebehoorden aan mensen die zo’n 300.000 tot 350.000 jaar geleden leefden. Dit veronderstelt dat de ionisatie van het vuursteen plaatsvond toen de mensen hun maaltijd kookten. En het veronderstelt ook dat het vuur dat door de mensen werd gemaakt de door de thermoluminescentietechniek gemeten ionisatie veroorzaakte. Een groot probleem is besmetting van ioniserende straling door bronnen als radioactieve elementen in de bodem of kosmische stralen.
De schedels maken korte metten met het eerder gevonden menselijke fossielen
Toen het team de schedels onderzocht, ontdekte men dat de voorkant (het gezicht) een opvallende gelijkenis vertoonde met die van moderne mensen, in plaats van dat men de robuuste kenmerken aantrof die bekend waren van gezichten van vermeende menselijke voorouders, waaronder Homo erectus of Homo heidelbergensis. Zo hebben de schedels van Homo erectus één enkele uitstekende wenkbrauwrand die zich uitstrekt over de neusbrug. Daarentegen hadden de individuen die zij in Marokko ontdekten kleinere, gescheiden wenkbrauwranden, net als moderne mensen. Bovendien hadden deze mensen, in plaats van een groot gezicht en een afgevlakte schedel zoals gebruikelijk bij Homo heidelbergensis, kleine gezichten en rondere schedels, ook zoals moderne mensen.[9] Zoals de hoofdonderzoeker stelde: “Het gezicht van deze mensen… had een schedel die langer is dan de meesten van ons, maar ik weet niet zeker of deze mensen vandaag binnen een menigte zouden opvallen.”[10]

Gevolgen van de vondst
Het grote probleem is, ervan uitgaande dat hun bevindingen steekhoudend zijn, dat de ontdekking erop wijst dat moderne mensen rond dezelfde tijd leefden als onze evolutionaire voorouders. Je kunt niet afstammen van een voorouder die rond dezelfde tijd leeft als jij. Je vroege voorouders moeten lang voor jou geleefd hebben. Daarom werd terecht gesteld dat deze vondst noopt tot het herschrijven van de handboeken! Wat werd verondersteld onze vroege menselijke voorouder te zijn, kon niet onze voorouder zijn geweest. Dit is hetzelfde probleem dat de eminente paleontoloog Louis Leakey enkele decennia geleden ontdekte en dat een hertekening van de menselijke stamboom afdwong. Misschien moet deze weer opnieuw getekend worden!

Hublin voegde eraan toe dat hij ervan overtuigd is dat de Marokkaanse exemplaren “de oorsprong van onze soort vertegenwoordigen”. Dit betekent dat van alle Homo sapiens die ooit gevonden zijn – ook die ver buiten Afrika – hun voorouderlijke banden zijn te herleiden naar het huidige Marokko en niet naar Afrika ten zuiden van de Sahara, zoals de huidige dominante theorie leert. Dit vereist een andere grote herziening van het leerboek, omdat de details van de evolutie van de mens, met inbegrip van verlies van het lichaamsbont/-haar, tweebenige motoriek, de evolutie van de hersenen, taal en al wat dies meer zij, gebaseerd zijn op het sub-Sahara Afrikaanse evolutiemodel. Darwinisten zullen dus veel details van de menselijke evolutie grondig moeten herzien.

Professor in de archeologie aan de Universiteit van Southampton Sonia Zakrzewski concludeerde dat de ontdekking van Hublin zo belangrijk is omdat deze andere archeologen zal aanmoedigen om hun manier van denken over de menselijke oorsprong drastisch te veranderen. Ze schrijft: “Het zet de wereld echt op zijn kop als het gaat om de mogelijkheden om de evolutie van Homo sapiens te begrijpen…. Het betekent ongetwijfeld dat we onze modellen [van de menselijke evolutie] moeten heroverwegen.”[11] Evolutionisten zullen inderdaad een aantal belangrijke heroverwegingen moeten maken.

Update 11 juli 2018: Het lijkt erop dat het idee van ‘out of Asia’ aanstekelijk werkt, wat inhoudt dat de oorsprong van de mens in Azië ligt en niet in Afrika, zoals ooit algemeen werd aangenomen. De omslag van New Scientist bevatte de volgende vetgedrukte woorden: “Vanuit Azië. Het is tijd om de kaart van de menselijke evolutie te heroverwegen.” (7-13 juli 2018). Het artikel bespreekt veel van de vroege vondsten van menselijke fossielen, waaronder de in 1923 ontdekte Pekingmensfossielen die verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat overblijft zijn afgietsels die laten zien dat het mensen waren met een brede neus. Toen kwam de vondst in 1992 in China die eruit zag als een hybride mix van H. erectus en H. sapiens, wat geen probleem vormt als men concludeert dat H. erectus ook H. sapiens is, dat wil zeggen dat ze tot dezelfde soort behoorden, zoals veel creationisten geconcludeerd hebben. Vervolgens kwam de vondst uit 2009, ook in China, geclassificeerd als H. sapiens (deels gebaseerd op zijn zeer menselijke kin). Deze vondst werd gedateerd ten minste 50.000 jaar voordat mensen werden verondersteld te zijn verschenen op aarde.

Het artikel in New Scientist voegde vervolgens de hierboven besproken in 2017 gevonden Marokkaanse fossielen toe, die 300.000 tot 350.000 jaren teruggaan, wat 100.000 jaren toevoegt aan de voorgaande geschatte datering van de eerste mensen. Het probleem is dat “onze voorouders, in al hun vormen, een promiscue groep waren. Het lijkt erop dat elke nieuwe genetische studie nog meer kruisingen aan het licht brengt tussen groepen die ooit als verschillende soorten werden beschouwd.” (Kate Douglas. 2018. P. 30). Dat is wat veel creationisten al enige tijd zeggen. Alle, of de meeste van, deze fossiele fragmenten zijn gewoon verschillende variëteiten van mensen precies zoals we die vandaag de dag zien, behalve dat ze meer verscheidenheid vertoonden dan de moderne mens. Het lijkt erop dat er nog meer herschrijving van de leerboeken nodig is. In ieder geval zouden deze nieuwe vondsten wellicht het in de wetenschap heersende dogmatisme kunnen verminderen.

[1] Thomas Dixon. 2008. Science and Religion. Oxford University Press. p. 34.
[2] Brodwin, Erin. 2017. 300, 000-year-old skulls that look shockingly like ours could rewrite the Human Evolution Origin Story. The Independent, 10 november 2017.
[3] Hublin Ewen Callaway Oldest Homo sapiens fossil claim rewrites our species’ history. Nature 546; p. 212, 7 juni 2017
[4] Brodwin, 2017.
[5] Hublin, Jean-Jacques et al. 2017. Nature 546, 289.
[6] Hublin, J. et al. 2017. Nature 546, 289–292.
[7] Brodwin, 2017.
[8] Richter, D. et al., 2017. The Age of the Hominin Fossil from Jebel Irhoud, Morocco, and the Origins of the Middle Stone Age, Nature. 246: 293-296.
[9] Brodwin, 2017.
[10] Brodwin, 2017.
[11] Geciteerd in Brodwin, 2017.

Schrijver Jerry Bergman, PhD
Dr. Jerry Bergman, professor, schrijver en spreker, draagt veel bij aan Creation-Evolution Headlines. Hij is momenteel als wetenschapper in dienst bij het Institute for Creation Research (ICR). Zie zijn schrijversprofiel voor zijn eerdere artikelen en meer informatie.

Artikel:

350,000-Year-Old Skull Looks Shockingly Like Modern Human

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.