Als je naar een wereldbol kijkt, is het je dan ooit opgevallen dat die er wat gebarsten uitziet? Misschien hebben de continenten je wel doen denken aan een reusachtige legpuzzel, waar de kustlijn van Zuid-Amerika volmaakt lijkt te passen op die van Afrika.

Maar hoe zag deze ‘puzzel’ van landmassa’s er in het verleden uit? Kende de Aarde ooit één supercontinent? Hoe zijn de continenten dan uiteengedreven naar hun huidige plek? Welke invloed heeft de Zondvloed op de continenten gehad?

Wereldwijd onderzoek aan de aardkorst onthult dat zij als gevolg van geologische processen verdeeld is in een mozaïek van harde brokken, “platen” genoemd. Waarnemingen wijzen erop dat deze platen in het verleden grote afstanden ten opzichte van elkaar hebben afgelegd. En dat ze nog steeds bewegen, maar heel langzaam. Bewegingen van de Aarde vatten we samen onder de term “tektoniek”. Daarom heet de studie van bewegingen van en wisselwerkingen tussen de platen “platentektoniek”. Omdat bijna alle beweging van de platen die de huidige locaties van de continenten veroorzaakte in het verdere verleden heeft plaatsgevonden, is platentektoniek een interpretatie of model van wat zich, naar geologen zich voorstellen, in de geschiedenis van de Aarde heeft voorgedaan (figuur 1).

[[[[[(figuur) –> Als heet aardmantelgesteente grote massa’s oceaanwater laat verdampen spuit er een zuil van supersonische stoomstralen de atmosfeer in. Deze waterdamp condenseert daar en valt vervolgens terug op Aarde als een wereldwijde stortregen.]]]]

Langzaam-en-geleidelijk of catastrofaal?

De meeste geologen geloven dat het verschuiven van de aardschollen gedurende eeuwighedenheel langzaam en geleidelijk heeft plaatsgevonden. Als vanuit de vandaag de dag gemeten snelheid – zo’n 2-15 cm per jaar – naar het verleden wordt geëxtrapoleerd, dan zou er ongeveer 100 miljoen jaar nodig zijn om de Atlantische Oceaan te vormen. Deze snelheid past bij de geschatte 20 km3 magma die tegenwoordig per jaar naar boven komt en zo nieuwe oceaankorst vormt.1
Anderzijds zijn er vele waarnemingen die het idee van langzame, geleidelijke platentektoniek juist niet ondersteunen. Gegevens vanuit boringen in het gemagnetiseerde gesteente van de mid-oceanische ruggen laten zien dat het ‘zebrapatroon’ van de oppervlaktegesteente op grotere diepte niet meer aanwezig is, zoals figuur 2 laat zien.2 De magnetische polariteit blijkt namelijk snel en onregelmatig te veranderen dieper in de boorgaten. Dit is het tegendeel van wat te verwachten was bij een langzame, regelmatige vorming van de nieuwe oceaankorst vergezeld van lage spreidingssnelheden. Maar het is precies wat te verwachten is bij een extreem snelle vorming van nieuwe oceaankorst en snelle magnetische omkeringen tijdens de Zondvloed.

Bovendien zou langzame, geleidelijke subductie ervoor gezorgd hebben dat de sedimenten op de bodem van diepzeetroggen samengedrukt, vervormd en gebroken werden; toch is de bodem van de Peru-Chilitrog en die van de oostelijke Aleoetentrog bedekt met zachte, platliggende sedimenten zonder samendrukkingsstructuren.3 Deze waarnemingen passen bij een extreem snelle beweging tijdens de zondvloed, gevolgd door lage plaatsnelheden toen de vloedwateren zich terugtrokken van de continenten en de troggen vulden met sediment. Een catastrofemodel van plaattektoniek (zoals voorgesteld door scheppingswetenschappers) overwint gemakkelijk de moeilijkheden van het langzaam-en-geleidelijk-model (zoals voorgesteld door de meeste evolutiewetenschappers). Daar komt bij dat het catastrofemodel ons helpt begrijpen wat het ‘mechanisme’ van de zondvloed kan zijn geweest.4 Een 3D-supercomputermodel toont dat snelle platenbeweging mogelijk is.5 Ondanks dat dit model ontwikkeld is door een creationist wordt dit 3D-supercomputermodel erkend als de beste modellering van platentektoniek ter wereld.6

figuur 1: Dwarsdoorsnede van de Aarde

De algemene beginselen van de platentektoniektheorie kunnen als volgt worden samengevat.
Vervorming treedt op aan de randen van de platen door drie soorten horizontale bewegingen: extensie (splijten of uiteen bewegen), overschuiving (horizontaal schuiven over een breukvlak) en samendrukking, meestal door subductie (de ene plaat duikt onder de andere).

figuur 2: Magnetische omkeringen

Het magnetisch patroon aan de linkerkant van de rug komt overeen met het patroon aan de rechterkant. Merk op dat er banden zijn van normaal gemagnetiseerd gesteente afgewisseld met banden waarin de magneetrichting is omgekeerd. Deze tekeningenreeks laat zien hoe het overeenkomstige patroon aan beide zijden van de mid-oceanische rug gevormd kan zijn. In het Catastrofale-Platentektoniekmodel zouden de magnetische omkeringen elkaar tijdens de zondvloed snel hebben opgevolgd.

figuur 3: Model van catastrofale platentektoniek na 15 dagen

Beeld uit een bewegend 3D-model na 15 dagen. De kaart is een oppervlaktegetrouwe projectie van een bolvormig manteloppervlak 65 km beneden het aardoppervlak, waarin kleur staat voor absolute temperatuur. Pijlen staan voor snelheden in het vlak van de dwarsdoorsnede. De donkere lijnen geven de plaatgrenzen aan waar een continentale korst aanwezig is of de begrenzing tussen continent en oceaan waar beide aanwezig zijn op dezelfde plaat.

figuur 4: Model van catastrofale platentektoniek na 25 dagen

Beeld uit het model na 25 dagen. Voor een uitvoerige verklaring van deze berekening, zie dr Baumgardners artikel “The Physics behind the Flood” in Proceedings of the Fifth International Conference on Creationism, p. 113-136, 2003.

Catastrofale platentektoniek

Het in dit artikel beschreven catastrofale-platentektoniekmodel van Austin et al. begint met een voor de zondvloed aanwezig supercontinent omringd door koud oceaanbodemgesteente dat dichter (zwaarder) was per volume-eenheid dan het warme mantelgesteente eronder.7 Om beweging in gang te zetten vereist dit model een plotselinge aanzet, groot genoeg om de oceaanbodem op de grens van het supercontinent open te breken, waardoor gordels van koud, zwaar zeebodemgesteente de bovenlaag van de mantel in beginnen te zakken.
In dit model (fig. 3 en 4) sleept de oceaanbodem bij de oceaantroggen, terwijl hij de mantel in zinkt, de rest van de oceaanbodem mee, als een lopende band. De zinkende plakken koude zeebodem veroorzaken spanning in het omringende hete mantelgesteente. Deze spanning maakt op haar beurt het gesteente heet en vervormbaar, waardoor de plak zeebodem nog sneller zinkt. Uiteindelijk slaat het proces op hol en de complete oceaanbodem zinkt binnen een paar weken naar de bodem van de mantel. Terwijl de plakken wegzinken (met snelheden van verscheidene decimeters per seconde) naar de mantel/kerngrens komen er enorme hoeveelheden energie vrij.8
De snel zinkende zeebodems veroorzaken grootschalige convectiestromen die een warmtekringloop in gang zetten door de hele mantel heen. Het hete mantelgesteente dat door de duikende zeebodem verplaatst wordt welt op tot de mid-oceanische riftzones, waar het stolt en de nieuwe oceaanbodem vormt. Hier doet het vloeibare gesteente ongelooflijke zeewatermassa’s verdampen in de vorm van een gordijn van loodrechte supersonische stoomstralen over de hele 70.000 km lengte van de zeebodemriftzones. Dit is misschien wat in Genesis 7:11 bedoeld wordt met de “fonteinen des afgronds” of “bronnen van de grote watervloed”. Deze supersonische stoomstralen vangen grote hoeveelheden water terwijl ze dwars door de oceaan opspuiten de dampkring in. Het water wordt hoog boven de Aarde geschoten en valt dan terug als een wereldwijde stortregen, wat wellicht bedoeld wordt met de “sluizen van de hemel”.
Terwijl gedurende dit proces de oceaanbodem opwarmt zet zijn gesteente uit, waardoor zeewater wordt verplaatst, met als gevolg een dramatische zeespiegelstijging. Gevolg is dat massa’s oceaanwater over het land gezweept worden, geweldige hoeveelheden sedimenten en zee-organismen met zich meevoerend en zo de dikke, fossielhoudende sedimentgesteentelagen vormend die we heden ten dage terugvinden op grote delen van de continenten. Gesteenten als deze worden prachtig zichtbaar in bijvoorbeeld het Grand Canyon. Langzame, geleidelijke platentektoniek verklaart eenvoudigweg niet zulke dikke, uitgestrekte sedimentlagen vol zeefossielen over zulke uitgestrekte landoppervlakten midden op de continenten en hoog boven zeeniveau.

Is catastrofale platentektoniek bijbels?

De Bijbel maakt niet met zoveel woorden gewag van continentendrift of platentektoniek. Echter, als de continenten ooit één geheel vormden en nu ver uiteen liggen, dan is de meest waarschijnlijke tijd voor hun uiteen gaan tijdens de zondvloed. Sommigen hebben geopperd dat de continentendeling pas plaatsvond na de zondvloed, in de dagen van Peleg, toen “de aarde verdeeld is” (Gen. 10:25). Echter, deze Hebreeuwse uitdrukking kan ook worden uitgelegd als “het land werd verdeeld onder de volken”, hetgeen, volgens het verband, verwijst naar de gevolgen van de torenbouw van Babel.
Conclusie

Veel creationisten geloven dat het catastrofentektoniekmodel heel bruikbaar en op dit moment de beste verklaring is voor hoe de zondvloed in zijn werk ging binnen het bijbelse raamwerk van de aardgeschiedenis. Het concept is nog vrij nieuw, maar zijn verklaringskracht maakt het overtuigend. Aanvullend onderzoek is gaande ter verdere verfijning en detaillering van dit geologische zondvloedmodel. Om ook aan te tonen dat het een betere wetenschappelijke verklaring biedt voor de volgorde en verspreiding van de fossielen en aardlagen wereldwijd dan het mislukte langzaam-en-geleidelijk-geloof.

Dit artikel is een aangepaste en ingekorte versie van hoofstuk 14 uit het New Answers Book van dr Andrew Snelling, november 2016.
Een korte geschiedenis van de platentektoniek

Antonio Sniders oorspronkelijke afbeelding van hoe de continenten snel uiteendreven tijdens de zondvloed:

1. De aanvankelijk één geheel vormende continenten.

2. De continenten na de scheiding.

Het idee dat de continenten uiteengedreven zouden zijn werd voor het eerst voorgesteld in 1859 door de Franse creationistische geograaf Antonio Snider.9 Hij theoretiseerde een supercontinent op grond van zijn uitleg van Genesis 1:9-10. Hij merkte de overeenkomst op tussen de westkust van Afrika en de oostkust van Zuid-Amerika en opperde een breuk en snelle, catastrofale drift van de gedeelten tijdens de zondvloed. Pas in 1915 werd de theorie van continentendrift binnen de wetenschappelijke gemeenschap aanvaard, mede vanwege het onderzoek dat de Duitse meteoroloog Alfred Wegener publiceerde.10 Echter, de meeste geologen wezen de theorie met verachting af, omdat Wegener geen werkbaar mechanisme wist aan te dragen dat kon verklaren hoe de continenten door de oceaanbekkens konden ‘ploegen’. Tussen 1962 en 1968 werd de huidige platentektoniektheorie ontwikkeld. Vier onafhankelijke waarnemingen werden daarvoor aangehaald: 1) ontdekking van de dynamische zeebodemtopografie; 2) ontdekking van omkeringen van het magnetisch veld in een zebrapatroon langs de mid-oceanische ruggen (figuur 2); 3) de ‘tijdsbepaling’ van deze omkeringen; en 4) nauwkeurige vaststelling van aardbevingslocaties.11 De meeste geologen raakten in deze korte tijd overtuigd van platentektoniek doordat het concept een elegante verklaring bood voor deze en andere schijnbaar niet met elkaar in verband staande waarnemingen.11
Voetnoten

1. Cann, J., “Subtle minds and mid-ocean ridges”, Nature 393, p.625, 627, 1998.
2. Hall, J.M. en P.T. Robinson, “Deep crustal drilling in the North Atlantic Ocean”, Science 204, p. 573–576, 1979.
3. Scholl, D.W., M.N. Christensen, R. Von Huene, en M.S. Marlow, “Peru-Chile trench sediments and seafloor spreading”, Geological Society of America Bulletin 81, p.1339–1360, 1970; Von Huene, R., “Structure of the continental margin and tectonism at the Eastern Aleutian Trench”, Geological Society of America Bulletin 83, p.3613–3626, 1972.
4. Austin, S.A., et al., “Catastrophic plate tectonics: a global Flood model of earth history” in Walsh, R.E. (red.), Proceedings of the Third International Conference on Creationism, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, Pennsylvania, p. 609–621, 1994.
5. Proceedings of the First, Second, Third, and Fifth International Conferences on Creationism, Creation Science Fellowship, Pittsburgh, Pennsylvania.
6. Beard, J., “How a supercontinent went to pieces”, New Scientist 137, p.19, 16 jan. 1993.
7. Noot 5.
8. De sleutelfactor in de fysica die verantwoordelijk is voor de op hol geslagen instabiliteit is het feit dat mantelgesteente onder spanning zachter wordt, met een factor miljard of meer, vanwege de verschillende spanningsniveaus die kunnen voorkomen in een planeet ter grootte van de Aarde, een ‘gedrag’ dat door vele laboratiriumexperimenten gedurende de afgelopen veertig jaar is bevestigd. Zie Kirby, S. H., “Rheology of the lithosphere”, Reviews of Geophysics and Space Physics 25, p. 1219–1244, 1983.
9. Snider, A., Le Création et ses Mystères Devoilés, Franck et Dentu, Paris, 1859.
10. Wegener, A., Die Entstehung der Kontinente und Ozeane, 1915.
11. Cox, A. (red.), Plate Tectonics and Geomagnetic Reversals, W.H. Freeman and Co., San Francisco, California, 1973.

Deze waarnemingen omvatten: 1) de legpuzzelpasvorm van de continenten; 2) de correlatie van fossielen en fossielhoudende lagen aan beide zijden van oceanen; 3) overeenstemmende magnetismepatronen in vulkanisch gesteente aan weerskanten van de mid-oceanische ruggen (bewijs van zeebodemspreiding); 4) niet-willekeurige verspreiding van de meeste aardbevingen; 5) aardbevingen die erop wijzen dat diepe oceaantroggen de plaatsen zijn waar oceaanmantel de aarde in gedoken is (subductie); 6) de aanwezigheid van vulkanengordels grenzend aan diepe troggen (o.a. de Pacifische Ring van Vuur); en 7) de ligging van bergruggen langs de zones waar aardschollen botsen.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.