Omdat de zintuigen en waarnemingsinstrumenten niet in staat zijn om vast te stellen, dat er geen onwaarneembaar leven bestaat, dringen zich volgende vragen op

  • Kan dat onwaarneembare leven misschien ons wel waarnemen?
  • Kan dat onwaarneembare leven misschien met ons contact opnemen?
  • Kunnen wij waarnemen, dat het onwaarneembare leven iets gedaan heeft?

Zo beëindigden wij het vorige artikel over buitenaards leven1.

Het is dus logisch, dat de mogelijkheid bestaat, dat waar dan ook wezens bestaan die wij niet kunnen waarnemen. Zij kunnen ons eventueel wel zien. Het is niet uit te sluiten, dat ze contact opnemen en het is evenmin onmogelijk, dat zij zaken doen of gedaan hebben waarvan wij de gevolgen waarnemen of ondervinden.

Je kunt hierbij natuurlijk denken over zulke vormen van leven in de ruimte of op de aarde, maar ook God, engelen, demonen en de menselijke geest zijn wetenschappelijk niet onmogelijk. Dat zij niet bestaan, is dus een onbewezen stelling – anders gezegd een geloof.

Elk denken begint dus met een geloof.

  • Je hebt het “wetenschappelijk” geloof, dat het bestaan van God, engelen, demonen en menselijke geesten uitsluit, omdat ze niet waarneembaar zijn.
  • Je hebt het religieus geloof, dat ermee rekent, dat ze wel bestaan, omdat er voldoende overtuigende aanwijzingen zijn.
  • Je hebt het moderne “comfortabele” geloof, dat zich laat leiden door het gevoel, dat comfortabele omstandigheden zoekt en zich afzet tegen invloed van bevolkingsgroepen of
    ideeën die vroeger aanzien hadden.

De grote vraag bij dit alles is, of het “wetenschappelijk” geloof niet eigenlijk een vorm van “comfortabel” geloof is.

En, omdat alle denken begint met een geloof, is er geen reden om wetenschap op basis van “wetenschappelijk” geloof voorrang te geven boven wetenschap die rekening houdt met het bestaan van God.

Dit artikel is een vervolg op een eerder gepubliceerd artikel door de auteur. Zie hier voor het eerste deel.

Voetnoten

  1. Zie: https://old.logos.nl/op-zoek-naar-buitenaards-leven/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.